Aandoeningen  

MCTD - Mixed Connective Tissue Disease

MCTD is een reumatische aandoening waarbij het bindweefsel is aangetast. MCTD heeft verschijnselen die overeenkomen met andere bindweefselziekten. Huidafwijkingen, vermoeidheid en het fenomeen van Raynaud komen veel voor.
Mixed Connective Tissue Disease (MCTD) is een auto-immuunziekte. Dat wil zeggen dat het afweersysteem van het lichaam zich keert tegen het eigen lichaam of tegen een deel van het lichaam. De oorzaak van MCTD is onbekend.

Symptomen
Mixed Connective Tissue Disease (MCTD) geeft vaak klachten in het hele lichaam. Eerst krijgt men spier- en gewrichtsontstekingen, later ontstaan huidafwijkingen. Ook vermoeidheid en het fenomeen van Raynaud komen veel voor. Mixed ConnectiveTissue Disease (MCTD) komt meestal voor in het hele lichaam. In het begin heeft men verschijnselen als ontstekingen in de spieren en gewrichten, borstvliesontsteking en ontsteking van het hartzakje. Deze verschijnselen komen veel voor bij systemische lupus erythematodes (SLE). Ook de nieren kunnen aangetast raken, al komt dit niet vaak voor. In een later stadium ontstaan vaak huidafwijkingen: verhardingen van de huid. Verder kunnen de slokdarm en longen verbindweefselen. Deze verschijnselen zijn kenmerkend voor sclerodermie.
Bij MCTD kan men verder last hebben van bloedarmoede, een tekort aan witte bloedlichaampjes, een slechte doorbloeding van de handen en voeten en ernstige vermoeidheid. Het fenomeen van Raynaud komt bijna altijd voor. Hierbij verkleuren de vingers of tenen (of beide) achtereenvolgens wit, blauw en rood. Dit gebeurt na afkoeling of bij psychische spanningen.

Diagnose
Om vast te stellen of klachten voortkomen uit Mixed Connective Tissue Disease (MCTD) wordt men onderzocht door een reumatoloog. Hij vraagt naar de klachten en de voorgeschiedenis daarvan. De arts zal ook lichamelijk onderzoeken. Vervolgens wordt bloedonderzoek uitgevoerd. Daarbij wordt onder meer nagegaan of er in het bloed bepaalde antistoffen aanwezig zijn die erop wijzen dat men een auto-immuunziekte heeft.
Verder wordt onderzocht of de organen (bijvoorbeeld longen en slokdarm) afwijkingen vertonen.
Verloop MCTD
De ernst van Mixed Connective Tissue Disease (MCTD) verschilt van persoon tot persoon. Sommige mensen hebben veel klachten, anderen juist weinig. Het ziektebeeld kan uit zichzelf verslechteren, verbeteren of stabiel blijven.

Behandeling
- Medicijnen

Mixed Connective Tissue Disease (MCTD) is nog niet te genezen. De behandeling is gericht op de bestrijding van de symptomen. Welke behandeling men krijgt is afhankelijk van de symptomen die men heeft.
Omdat MCTD een combinatie van symptomen heeft, is er geen standaardbehandeling. Afhankelijk van de organen die zijn aangetast en de ernst daarvan kiest de arts voor een behandeling zoals die ook bij vormen van lupus of sclerodermie wordt toegepast. Vooral in het begin kan men bij ontstekingsverschijnselen een corticosteroïd gebruiken. Corticosteroïden remmen ontstekingsreacties en onderdrukken auto-immuunreacties op lichaamseigen stoffen. 

Behandelaars
De reumatoloog/immunoloog is dé medisch specialist voor reumatische aandoeningen. Meestal is hij de hoofdbehandelaar. Daarnaast kan je te maken krijgen met andere behandelaars. Zo nodig schakelt de reumatoloog/immunoloog andere specialisten en hulpverleners in.

- Neuroloog
De neuroloog heeft veel kennis over het zenuwstelsel van de mens. Hij kan een belangrijke rol spelen in de pijnbestrijding als men veel last heeft van de reumatische aandoening.

- Orthopedisch chirurg
De orthopedisch chirurg richt zich als specialist op de behandeling van afwijkingen van het steun- en bewegingsapparaat. Dus de botten, spieren, pezen en gewrichten. De orthopedisch chirurg brengt kunstheupen en andere nieuwe gewrichten aan. Hij kan ook de gewrichtsuiteinden gladder maken of loszittende stukjes bot in het gewricht verwijderen.

- Plastisch chirurg
Reumatische aandoeningen kunnen soms leiden tot forse vervormingen van de aangedane gewrichten. Dat is niet alleen pijnlijk, maar het ziet er vaak ook minder mooi uit. De plastisch chirurg biedt dan uitkomst. Niet alleen bij het verfraaien van het gewricht, ook bij het (deels) terugwinnen van een goede werking ervan.

- Reumaverpleegkundige
De reumaverpleegkundige of reumaconsulente speelt een grote rol. Deze verpleegkundige heeft zich gespecialiseerd in de zorg voor mensen met een reumatische aandoening. Men kan bij deze verpleegkundige terecht voor vragen over de aandoening of de behandeling. Niet alle ziekenhuizen hebben een reumaverpleegkundige toegevoegd aan het behandelteam.

- Oefentherapeut
De oefentherapeut (fysio-, Cesar-, Mensendieck-) helpt de gewrichten soepel te houden en de spieren te trainen. En leert een goede lichaamshouding aan.

- Ergotherapeut
De ergotherapeut leert hoe u zó kunt bewegen, dat de gewrichten zo min mogelijk belast worden bij de dagelijkse activiteiten. Zoals bij eten, drinken, aan- en uitkleden. Ook geeft de ergotherapeut adviezen over hulpmiddelen. Ergotherapie kan de patiënt leren om weer zelfstandig te douchen en aan te kleden. En leert de patiënt omgaan met hulpmiddelen.

- Maatschappelijk werker
Een maatschappelijk werker begeleidt wanneer men moeite heeft met het accepteren van de aandoening en alle bijkomende veranderingen in het gezin, relatie of werk. Daarnaast kan de maatschappelijk werker begeleiden bij het aanvragen van hulp en aanpassingen.

- Psycholoog
Het hebben van een reumatische aandoening kan veel invloed hebben op het gedrag. Een psycholoog kan helpen met het verwerkingsproces. Dit kan onder andere met gedragstherapie.

Aanvullende behandelingen
Mensen met reumatische klachten zoeken vaak naar alternatieve behandelingen voor de aandoening. Sommigen merken hiervan effect. Maar overleg hierover vooraf altijd met de specialist.
Wie een vorm van reuma heeft, wil vaak zelf iets kunnen doen aan de ziekte. Dan kan het zo zijn, dat men bij een alternatieve behandeling uitkomt. Sommigen zoeken hierin een oplossing als de gewone artsen niets meer te bieden hebben. Anderen hopen juist de klachten in het begin met een alternatieve of complementaire behandeling te bestrijden.
De meeste alternatieve en complementaire behandelingen hebben geen wetenschappelijk bewezen effect. Toch kan een dergelijke behandeling verlichting geven als aanvulling op de reguliere geneeskunde en de vermoeidheid en pijn verminderen.
Overweegt men een alternatieve of complementaire behandeling? Laat je dan altijd eerst goed informeren.
Let op het volgende, als je naar een alternatieve of complementaire behandelaar wilt gaan:
• Overleg altijd eerst met de specialist;
• Stop nooit zomaar met de medicijnen die nu gebruikt worden;
• Ga bij voorkeur naar een behandelaar die bij een beroepsorganisatie is aangesloten;
• Vraag van tevoren wat men kan verwachten van de behandeling, de duur, de kosten en dergelijke;
• Informeer of de behandelaar rekening houdt met de reguliere behandeling en, zo nodig, overleg pleegt met de arts over de ingezette therapie;
• Informeer bij de verzekeraar of deze de behandeling vergoedt.