Nieuws vert
 

Adviezen ten aanzien van het toedienen

van COVID-19 vaccins.

Utrecht 5 januari 2021

Aangezien er bij de start van de covid-19 vaccinatie campagne geen data bestaan over de veiligheid of effectiviteit van de covid-19 vaccins bij kinderen (vanaf 16 jaar) of volwassenen met reumatische aandoeningen is een voorbehoud over de toekomstige toepassing van deze vaccins bij reumatische aandoeningen op zijn plaats. De aanbevelingen voor jongeren vanaf 16 jaar met een reumatische aandoening zijn gebaseerd op studies met andere dode vaccins. Bij zeer zeldzame aandoeningen (zoals hieronder beschreven) bestaan er meestal maar weinig studiegegevens. De meeste data over het effect van immuunsuppressiva op de vaccinatierespons is verkregen bij patiënten met stabiele ziekte onder immuunsuppressiva.

De aanbevelingen voor de COVID-19 vaccinatie zijn opgesteld in overleg met diverse leden van de secties immunologie-infectiologie en reumatologie /immunologie van de Nederlandse Vereniging Kindergeneeskunde. Daarnaast  zijn de aanbevelingen in lijn met  vergelijkbare aanbevelingen van de internationale wetenschappelijke organisaties als PRES https://www.pres.eu/clinical-affairs/guidelines.html) en EULAR (https://www.eular.org/eular_sars_cov_2_vaccination_rmd_patients.cfm).

Een algemeen uitganspunt is dat vaccinaties alleen moeten worden gegeven bij stabiele ziekte, al dan niet onder medicatie als methotrexaat of biologicals.

In de volgende situaties met systemische inflammatie dient men terughoudend te zijn met vaccinaties: Actieve Systemische JIA met koorts, actieve autoinflammatoire aandoeningen met koorts en verhoogd CRP, actieve Kawasaki onder medicatie met prednison en IVIG, MIS-C/PIMS-TS, Systemische autoimmuun-aandoeningen (SLE, PAN, GPA) met hoge ziekteactiviteit.

Daarnaast zijn er nog vele specifieke situaties (orgaan transplantaties, stamcel transplantaties) die buiten dit advies vallen. In de kinderoncologie en Stamcel transplantatie zorg geldt globaal dat men niet vaccineert in het eerste jaar na de SCT of binnen 3 tot 6 maanden na het beëindigen van cytostatische therapie. In al deze gevallen dient u uw arts raad te plegen voordat u zich of uw kind laat vaccineren. Andere sub specialismen binnen de kindergeneeskunde zoals de CF, endocrinologie en neurologie hebben aangegeven geen contra-indicaties te zien. Voor IBD (chronische darmontsteking) gelden globaal dezelfde regels als bij Jeugdreuma voor het vaccineren onder medicatiegebruik.

Bij primaire immuundeficiënties geldt natuurlijk voor de dode/vaccins niet zozeer het veiligheidsaspect als wel de wisselende immuunrespons na vaccinatie.

Hieronder vindt u de richtlijnen zoals gepubliceerd op de PRES website (https://www.pres.eu/clinical-affairs/guidelines.html)

Het verloop van een COVID-19 besmetting verloopt ongeveer hetzelfde bij gezonde kinderen als bij kinderen met reumatische aandoeningen.

De nieuwe COVID -19 vaccins die recentelijk zijn goedgekeurd door de autoriteiten worden geadviseerd voor personen van 16 jaar en ouder en worden dan ook geadviseerd voor patiënten met reumatische aandoeningen in deze leeftijdscategorie

Voor de reumatische aandoeningen  wordt aanbevolen om patiënten van 16 jaar en ouder  te vaccineren indien de ziekteactiviteit lag dan wel in remissie is. Dit is ongeacht het gebruik van MTX en biologicals.

Het wordt geadviseerd  uw kinderreumatoloog te raadplegen om de ziekteactiviteit vast te stellen en de gebruikte medicatie te controleren Het wordt geadviseerd om de patiënt gegevens op te slaan in een database zodat onderzoekers de effectiviteit en veiligheid van deze vaccins bij reumatische aandoeningen kunnen controleren

Het influenza vaccin moet niet tegelijk met een COVID-19 vaccin worden toegediend. Tussen deze vaccins dient ten minste 2 weken tussenpoos te zitten.

Het lijkt er op dat het COVID-19 vaccin beschermt tegen een ernstig ziekte beloop, maar het is nog steeds mogelijk dat gevaccineerde personen het virus bij zich kunnen dragen en anderen in hun omgeving besmetten. Derhalve blijven maatregelen als mondmaskers en 1,5 m afstand houden nog van kracht.

Opgesteld door: Nico Wulffraat Reumatoloog UMC Utrecht WKZ