Aandoeningen  

Rechten kind als patiënt

Rechten van het kind als patiënt

In het normale dagelijkse leven zijn de ouders de wettelijke vertegenwoordigers van het kind dat nog geen 18 jaar is. Dit betekent dat een kind tot die leeftijd onder het gezag van de ouders staat en dat de ouders voor het kind beslissen. Dat ligt anders wanneer het gaat om medische zorg. De WGBO onderscheidt drie leeftijdscategorieën en regelt voor elke categorie afzonderlijk de rechten van het kind en die van de ouders. 

De drie categorieën zijn:

kinderen tot  en met 11 jaar;

kinderen vanaf 12 tot en met 15 jaar;

kinderen vanaf 16 jaar en ouder.

Per leeftijdscategorie geeft de wet aan:

wie toestemming voor een onderzoek of behandeling moet geven: de ouders of het kind;

wie van hen er recht op heeft de informatie te krijgen die nodig is om toestemming te kunnen geven;

wie van hen het medisch dossier mag inzien.

Kinderen tot en met 11 jaar

Kinderen tot en met 11 jaar vallen volledig onder de zeggenschap van de ouders.

Toch zijn de wat oudere kinderen in deze leeftijdscategorie vaak al heel goed in staat om mee te denken over hun gezondheid en de problemen die daarmee te maken hebben. Volgens de wet dienen ouders en hulpverleners bij het nemen van beslissingen over medische behandelingen of onderzoeken bij het kind dan ook rekening te houden met de opvattingen en de wensen van het kind zelf.

Samengevat leidt dit tot de volgende regels:

het zijn de ouders die een behandelingsovereenkomst met de behandelaar aangaan en die toestemming moeten geven;

het kind moet zoveel mogelijk worden betrokken bij de beslissingen die worden genomen;

de ouders dienen te worden geïnformeerd;

het kind moet ook worden geïnformeerd, waarbij de informatie op het bevattingsvermogen van het kind moet zijn afgestemd;

de ouders hebben het recht het medisch dossier in te zien, de kinderen niet. Als de ouders dat willen, kunnen zij het dossier, of een gedeelte daarvan, met het kind doornemen.

Bijzondere situaties
Voor bijzondere situaties gelden bijzondere regels:

 wanneer ouders hun kind een bepaalde behandeling willen laten ondergaan, kan de hulpverlener besluiten aan deze wens geen gevolg te geven als hij van mening is dat de behandeling niet in het belang van het kind is. Om dezelfde reden kan hij ook weigeren de ouders het medisch dossier te laten inzien;

soms weigeren ouders hun toestemming te geven voor een bepaalde behandeling. Zij willen bijvoorbeeld niet, op religieuze gronden, dat hun kind een bloedtransfusie krijgt. Die weigering kan het leven van het kind in gevaar brengen. De hulpverlener mag dan de behandeling niet zonder meer uitvoeren. Wel kan hij de rechter vragen tijdelijk het gezag van de ouders over het kind te beperken om de behandeling toch mogelijk te maken;

wanneer ouders en hulpverleners een behandeling nodig vinden, kan het kind tot  en met 11 jaar deze niet weigeren. Wel kan een hulpverlener bij wijze van uitzondering gevolg geven aan de wens van het kind om een bepaalde behandeling niet te ondergaan. Hij moet er dan van overtuigd zijn dat het kind in staat is zelf te beslissen. Zo'n situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen met een kind dat langdurig ernstig ziek is en dat uit ervaring weet hoe belastend de behandeling is;

de hulpverlener mag altijd zonder de toestemming van de ouders handelen in acute situaties, wanneer hij direct moet ingrijpen om nadelige gevolgen voor het kind te voorkomen.

Kinderen vanaf 12 tot en met 15 jaar

Kinderen vanaf 12 tot en met 15 jaar hebben volgens de wet bij medische behandelingen of onderzoeken een belangrijke eigen stem.

Voor deze leeftijdscategorie gelden de volgende regels:

behalve de ouders moet ook het kind zelf toestemming geven voor een onderzoek of behandeling;

zowel het kind als de ouders hebben er recht op te worden geïnformeerd;

het kind heeft recht op inzage in zijn medisch dossier. Het verlenen van inzage aan de ouders is niet toegestaan zonder de toestemming van het kind,  zij het dat de hulpverlener rekening moet houden met de betrokkenheid van de ouders.

Bijzondere situaties 
Voor bijzondere situaties gelden bijzondere regels:

wanneer kind en ouders met elkaar van mening verschillen, hangt het van het bevattingsvermogen van het kind af of zijn mening zwaarder wordt gewogen dan die van de ouders. Het is aan de hulpverlener om dit in te schatten. Geven de ouders bijvoorbeeld toestemming maar wil het kind de behandeling niet, dan zal de hulpverlener de wil van het kind volgen indien dit geen ernstige gevolgen voor het kind oplevert;

is de behandeling of het onderzoek zonder de toestemming van de ouders uitgevoerd, dan hebben de ouders alleen recht op informatie en inzage in het dossier als het kind hierin toestemt. Het kind kan willen dat zijn ouders niet worden geïnformeerd en dat hun niet om toestemming wordt gevraagd. De hulpverlener kan dan aan die wens gevolg geven als hij vindt dat het kind, letterlijk, oud en wijs genoeg is om hier zelf over te beslissen;

als in acute situaties gevaar bestaat voor het leven van het kind mag een hulpverlener altijd handelend optreden, ook als hij voor de behandeling niet de toestemming van de ouders en het kind heeft.

Kinderen vanaf 16 jaar en ouder

Kinderen vanaf 16 jaar en ouder worden door de WGBO op één lijn gesteld met volwassenen.

In zaken die te maken hebben met hun gezondheid worden zij dus niet meer als minderjarig beschouwd, ook al zijn zij nog geen 18 jaar.

Voor deze leeftijdscategorie gelden de volgende regels:

de kinderen kunnen zelfstandig beslissen of zij voor een medisch onderzoek of behandeling toestemming geven;

er is geen toestemming van de ouders nodig;

de jongeren hebben er recht op volledig te worden geïnformeerd; de ouders worden alleen geïnformeerd als hun kind daarmee akkoord gaat;

een jongere heeft het recht om het medisch dossier in te zien; daar is geen toestemming van zijn ouders voor nodig;

de ouders mogen het medisch dossier inzien als het kind daar akkoord mee gaat.

Bijzondere situaties 
Voor bijzondere situaties gelden bijzondere regels:

als in acute situaties gevaar bestaat voor het leven van de patiënt mag een hulpverlener altijd handelend optreden, ook als hij voor de behandeling niet de toestemming van de jongere heeft.

Bron: kind en ziekenhuis.