Psychosociale kanten

Het rijbewijs

Het rijbewijs is voor veel mensen heel belangrijk. Het betekent mobiliteit en vooral zelfstandigheid. Ook met een handicap is het mogelijk om verantwoord auto te rijden.

Voor een gehandicapte bestuurder gelden dezelfde rijvaardigheidseisen en veiligheidsnormen als voor andere bestuurders. Zo nodig wordt het voertuig aangepast om aan die eisen te voldoen en aan de mogelijkheden van de bestuurder.

Iedereen die zijn rijbewijs wil gaan halen, moet aan het CBR een verklaring van geschiktheid overleggen, waarin vragen over de lichamelijke en geestelijke gesteldheid zijn beantwoord.

Wanneer blijkt dat er geen medische bezwaren zijn om aan het verkeer deel te nemen, stuurt het CBR een uitnodiging voor een Technisch Onderzoek of voor een rijtest bij een aanpassingsdeskundige.

Een Technisch Onderzoek is erop gericht te bepalen of er aanpassingen nodig zijn en zo ja, welke. Tijdens de rijtest wordt gekeken of men goed kan sturen, gas geven en remmen, en of er bijvoorbeeld snel genoeg wordt gereageerd op verkeerssituaties. In overleg met het CBR wordt voor een -eventueel aangepaste- auto gekozen. Gelukkig komt het niet zo heel vaak voor dat jongeren met JIA een aangepaste auto nodig hebben. Meestal beperkt de aanpassing zich tot het hebben van stuur- en rembekrachtiging en het niet mogen rijden in bestelbusjes en andere zware voertuigen.

Het uiteindelijke rijexamen wordt afgelegd bij een examinator die speciaal is opgeleid voor examens in aangepaste voertuigen. Vooraf krijgt de examinator van de aanpassingsdeskundige een rapport, waarin de resultaten en uitkomsten van het Technisch Onderzoek of de rijtest zijn opgenomen. Zo heeft de examinator de beschikking over de nodige achtergrondinformatie voor het afnemen van het examen. Na het behalen van het rijbewijs is er op termijn een herkeuring nodig.

Gehandicaptenparkeerkaart

Mensen met een handicap kunnen in aanmerking komen voor een gehandicaptenparkeerkaart. Hiermee kunt u parkeren op de daarvoor aangegeven parkeerplaatsen. Verder mag u onbeperkt parkeren op plaatsen waar voor anderen een beperkte parkeertijd geldt. Met een gehandicaptenparkeerkaart kunt u drie uur parkeren op een plaats waar een parkeerverbod geldt, mits u het verkeer niet hindert.

Voor uw kind kunt u een passagierskaart aanvragen indien het kind “-met de gebruikelijke hulpmiddelen zoals een stok of krukken- in redelijkheid niet meer dan honderd meter te voet kan overbruggen. Bovendien heeft het kind continu de hulp van de bestuurder nodig om van deur tot deur vervoerd te worden. Dat moet ten minste een half jaar lang zo zijn.” De passagierskaart wordt aangeduid met een hoofdletter P.

Bij de aanvraag voor een gehandicaptenkaart is een geneeskundig onderzoek vereist door een daartoe aangewezen arts.

De gehandicaptenparkeerkaart is geldig in de meeste Europese landen.

Uw kind komt in aanmerking voor de gehandicaptenparkeerkaart als het ten minste aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • het kind is passagier van een motorvoertuig op meer dan twee wielen of van een brommobiel;
  • het kind heeft ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking van langdurige aard;
  • het kind kan, met de gebruikelijke loophulpmiddelen, minder dan 100 meter aaneengesloten zelfstandig te voet overbruggen of het kind is permanent rolstoel gebonden;
  • het kind is medisch gekeurd door een daartoe aangewezen arts.

U vraagt de gehandicaptenparkeerkaart aan bij de gemeente waar u staat ingeschreven.

Dit lijkt overigens wel simpeler dan het in werkelijkheid is; een aanvraag voor een kind wordt vaak afgewezen. Ook hier is het belangrijk om bezwaar tegen de afwijzing te maken, want dan kunt u op een hoorzitting vertellen hoe kleding of schoenen kopen in het centrum of de stad en/of een bezoek aan het ziekenhuis met een grote parkeerplaats nu in zijn werk gaat: het kind is al moe en/of heeft pijn voordat het aan het eigenlijke doel begonnen is. En dat voor dergelijke ‘uitstapjes’ de rolstoel en/of loopfiets altijd achter in de auto wordt meegenomen, waardoor het kind dus in een dergelijk geval als rolstoel gebonden kan worden gekenmerkt.