Psychosociale kanten

Complicaties bij KAISZ-aandoeningen

Als gevolg van het ziekteverloop vaneen KAISZ-aandoening en het gebruik van medicijnen, kunnen uiteenlopende complicaties en bijwerkingen optreden. Enkele vaak optredende gevolgen en bijwerkingen worden hier besproken. 

Botontkalking (Osteoporose)

Als gevolg van de gewrichtsontsteking en het hieruit volgende gebrek aan beweging, of door een andere belasting van de botten, kan ook de opbouw van de botten veranderen. Het langdurig gebruik van corticosteroïden, zoals prednison, heeft ook een negatieve invloed op de botopbouw en versterkt de botontkalking. Wanneer de aanmaak langzamer gaat dan de afbraak, kan botontkalking ontstaan (osteoporose). Het gevolg is broze botten die gemakkelijk kunnen breken.

Door een juiste voeding en voldoende lichaamsbeweging kan botontkalking worden voorkomen of vertraagd en kan worden geprobeerd de botdichtheid te vergroten. Er wordt vaak extra vitamine D en calcium gegeven. Ook worden er specifieke medicijnen voorgeschreven die botontkalking kunnen verminderen (de ‘bisfosfonaten’). Botontkalking wordt als een ernstige complicatie gezien van de ziekte.

Groeiproblemen

Door de ontstekingen in de gewrichten is er een verhoogde toevoer van bloed naar het ontstoken gewricht. Als dit langdurig aanhoudt bestaat de kans dat dit gewricht sneller groeit dan het normaliter gedaan zou hebben. Het is dan mogelijk dat er asymmetrie optreedt.

Verminderde (lengte)groei

Als kinderen langdurig ziek zijn gaat veel van hun energie in het afweren zitten en niet in andere functies zoals groei.

Het gebruik van medicijnen met corticosteroïden gaan de lengtegroei ook tegen. Dit wordt als een ernstig gevolg van de ziekte gezien.

Enkele kinderen met een KAISZ-aandoening worden met groeihormonen behandeld, om de lengtegroei te stimuleren en de botdichtheid te verhogen. Dit is echter (nog) geen standaardbenadering.

Kaak gewrichtsproblemen bij kinderen met JIA

Röntgenfoto’s hebben aangetoond dat ongeveer 60% van alle kinderen met JIA gedurende hun ziekte te maken krijgt met veranderingen in het temporomandibulaire gewricht (kaakgewricht). Vooral het kraakbeen in het kaakgewricht en het kaakkopje zelf zijn gevoelig voor artritisaanvallen, en als het kraakbeen ten gevolge van JIA beschadigd is, veroorzaakt deze vermindering in groei van de onderkaak. Deze groeit normaliter naar voren en beneden. Als er niet wordt behandeld leidt de afwijkende groei tot een verandering in het gelaat. De kin kan minder prominent lijken en verder naar achteren in het gezicht komen te liggen. Als de ontsteking slechts aan één kant van de kaak zit kan er asymmetrie ontstaan, waarbij de kin het meest afwijkt naar de (meest) aangedane zijde.

Wanneer de kaakgroei verstoord is, kan dit gevolgen hebben voor het tanddragend gedeelte van de kaken en zullen er bepaalde karakteristieke veranderingen in de beet gaan ontstaan. Er ontstaat een typerende grote overbeet, waarbij de tanden elkaar aan de voorkant niet meer raken (open beet). Soms is er sprake van ruimtegebrek voor de gebitselementen, doordat de kaken kleiner zijn dan normaal. 

Complicaties 

Symptomen

De kaakontstekingen hangen vaak samen met ontstekingen in andere gewrichten. Dit is echter niet altijd zo en daar dient op gelet te worden. Acute artritis in het kaakgewricht geeft altijd pijn voor het oor en bij het kauwen, naast een beperkt kunnen openen van de mond. Dergelijke symptomen verdwijnen na een tijdje weer, waardoor de oorzaak te laat of niet kan worden ontdekt. 

Preventie

Het is van belang dat een orthodontist, liefst in een zo vroeg mogelijk stadium de kinderen onderzoekt op de toestand van de kaak en de beet. Als er geen afwijkingen gevonden zijn is het zinvol dit onderzoek geregeld te herhalen. Zeker bij pijn en het niet goed kunnen openen van de mond is het goed de orthodontist te raadplegen.

Behandeling

  • Aanmeten van een uitneembare beugel om de groei van de kaak zo normaal mogelijk te laten verlopen. Ervaring heeft laten zien, dat hiermee in periodes van hoge ontstekingsactiviteit een bepaalde drukvermindering in de kaakgewrichten kan worden bereikt.
  • Aanmeten van een vaste beugel. Hiermee wordt de beet verbeterd aan het eind van een behandeling en wordt ook gebruikt voorafgaand aan een kaakoperatie.
  • Kaakoperaties. In sommige gevallen leidt de verstoring van de kaakgroei tot dusdanige afwijkingen aan kaak en beet, dat operatief ingrijpen noodzakelijk is. De kaak kan zo worden aangepast en de onderkaak eventueel verlengd.

Inentingen

Medicijnen die het immuunsysteem onderdrukken (steroïden, methotrexaat, anti-TNFα -middelen, enz.) verminderen ook de weerstand van een kind. Om die reden moet heel voorzichtig worden omgegaan met inentingen. Kinderen die behandeld worden met methotrexaat, anti-TNFα en prednison worden geen inentingen gegeven met levende, afgezwakte micro-organismen (zoals rode hond, mazelen, bof, polio Sabin en BCG vaccins). De titer moet hierbij gecontroleerd worden onder immuunsuppressie om te zien of er wel voldoende bescherming is ontstaan.

Inentingen met vaccins die geen levende micro-organismen bevatten, maar slechts infectieuze proteïnen (zoals tetanus, difterie, polio Salk, hepatitis B, kinkhoest, pneumokokken, H. Influ-enza B (Hib) en meningokokken vaccins) kunnen wel gegeven worden. Er is echter kans op geen of verminderde werking van het vaccin door de immuunsysteem onderdrukkende medicijnen.

Van sommige inentingen is via het bloed te testen of ze zijn aangeslagen. Vooral de herhaalinentingen zoals BMR kunnen al na 1 enting effectief zijn. Als het kind in een actieve fase van de JIA zit en als gevolg daarvan een inenting overslaat is op deze manier te bepalen of de inhaalinenting alsnog noodzakelijk is of niet.

De GG en GD in Utrecht hebben een vaccinatie spreekuur, waar u terecht kunt met vragen betreffende vaccineren: 030-286333.

Slaapproblemen

Kinderen met een KAISZ-aandoening hebben vaak problemen bij het slapen. Velen hebben moeite om in slaap te komen. Dit lijkt te maken te hebben met een ontregeling in het autonome zenuwstelsel.

Gebruik van Melatonine helpt bij veel van deze kinderen goed.

Daarnaast kan doorslapen een probleem zijn. Het zou ideaal zijn om de kinderen met JIA bloot te laten slapen, zodat ze gemakkelijk het vocht op hun huid kwijtraken. Vocht op de huid lijkt een negatieve invloed op de ziekte te hebben. Als de kamer dan goed geventileerd zou zijn om het vocht af te voeren dan werden de slaapomstandigheden nog beter. In ons klimaat is dit echter meestal niet haalbaar. Een goede matras en kussen kunnen het doorslapen echter positief beïnvloeden. Sommige kinderen hebben baat bij een waterbed. Voor elk kind zal dit weer anders zijn, dus dat is een kwestie van uitproberen. Veel kinderen met JIA hebben last van ochtendstijfheid. Ze komen moeilijk ‘op gang’ na het opstaan. Activiteiten als gymnastiek kunnen beter niet in de ochtenduren plaatsvinden, het kind zal dan minder kunnen dan aan het eind van de dag.