Psychosociale kanten

Passend onderwijs -  Als het niet goed gaat op school

Als het niet goed gaat op school, zijn er verschillende mogelijkheden om hier iets aan te doen. Het kan zijn dat u zelf vindt dat het niet goed gaat f dat iemand van de school aangeeft dat het niet goed loopt. In beide gevallen is het eerste wat u doet met de school in gesprek gaan. Komt u er samen niet uit, dan kunt u advies of bemiddeling vragen van het samenwerkingsverband. Ook kunt u een onderwijsconsulent vragen om te ondersteunen. Als u er nog steeds niet uitkomt, kunt u tot slot ook een klacht indienen of een ‘geschil’ aangaan.

In gesprek met de school

Als er iets niet goed gaat op school of u bent het bijvoorbeeld niet eens met de aanpak op school, is het belangrijk om daar zo snel mogelijk met de school over te praten. Laat het niet onnodig door sudderen.      Spreek eerst met degene die er het meest bij betrokken is. Gaat het bijvoorbeeld om gedrag in de klas, spreek dan met de leerkracht. Gaat het over het ondersteuningsprogramma, dan is de zorg coördinator eerder de aangewezen persoon. Zorg dat in het gesprek duidelijk wordt hoe u erover denkt, en hoe de betrokkenen vanuit school erover denken. Veel problemen tussen ouders en school komen voort uit misverstanden en slechte communicatie. Leg afspraken op papier vast, bijvoorbeeld in een gespreksverslag.

Advies en bemiddeling

Komt u er net de school niet uit, dan is het slim om advies te vragen. Dat kan bijvoorbeeld bij het samenwerkingsverband. De manier waarop ouders ondersteund worden kan per samenwerkingsverband verschillen. Het samenwerkingsverband is verplicht hierover informatie over op te nemen in het ondersteuningsplan. Waarschijnlijk kunt u bij het samenwerkingsverband terecht voor advies over uw situatie. Of mogelijk kan iemand van het samenwerkingsverband bemiddelen of een onafhankelijke deskundige inzetten, zoals iemand van een MEE-organisatie. U kunt ook altijd opnemen met het Steunpunt Passend Onderwijs.

Onderwijsconsulent

Onderwijsconsulenten kunnen ouders en scholen helpen als er problemen zijn met leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Als er ene plaatsingsprobleem is of als u het niet eens bent over de extra ondersteuning die de school aan uw kind biedt, dan kunt u aan een onderwijsconsulent vragen om te helpen. Dit kan ook als uw kind langer dan 4 weken thuiszit zonder uitzicht op plaatsing op een school. Een onderwijsconsulent geeft gratis onafhankelijk advies over de situatie. Onderwijsconsulenten worden ingezet vanuit de landelijke Stichting Ondersteuning Scholen en Ouders (SOSO). Meer informatie vindt u op www.onderwijsconsulententen.nl  

Een klacht of een geschil?

Klachtencommissie

Als u een klacht heeft over de manier waarop de school te werk gaat, dan kunt u een klacht indienen bij de klachtencommissie van de school. Ieder school heeft een eigen klachtencommissie of is aangesloten bij een regionale of landelijke klachtencommissie. De commissie moet uw klacht altijd vertrouwelijk behandelen. Als de commissie het na onderzoek eens is met uw klacht, dan volgt rapportage en advies naar het schoolbestuur. Het schoolbestuur kan op basis van het advies maatregelen nemen.                                                                                                                                                             Het advies van de klachtencommissie is niet bindend. Het schoolbestuur is verplicht om over klachten die gegrond verklaard zijn te rapporteren aan de medezeggenschapsraad van uw school, en deze informatie op te nemen in het jaarverslag.

Geschillenregeling

Er is een (tijdelijke) landelijke geschillencommissie ingesteld die zich bezig houdt met geschillen op het terrein van passend onderwijs tussen ouders en school. Deze is vanaf 1 augustus 2013 van start gegaan voor geschillen in het (voortgezet) speciaal onderwijs over het ontwikkelingsperspectief. Vanaf 1 augustus 2014 zal deze commissie oordelen in een geschil tussen ouders en het bevoegd gezag van scholen voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs over:

  • De (weigering van) toelating van leerlingen die extra ondersteuning behoeven;
  • De verwijdering van leerlingen;
  • Het ontwikkelingsperspectief.

De geschillencommissie doet uitspraken over toelating in het kader van passend onderwijs. Dat is niet aan de orde indien het besluit over toelating te maken heeft met plaatsgebrek of niet voldoet aan de voorwaarden die het bevoegd gezag of de wet stelt voor inschrijving. Meer informatie vindt u op www.onderwijsgeschillen.nl en op http://www.geschillenpassendondrwijs.nl/

Naar de rechter

De uitspraken van een klachtencommissie, een geschillencommissie of van het College voor de Rechten van de Mens worden meestal wel opgevolgd door school en ouders, maar zijn niet bindend. Pas wanneer een rechter uitspraak heeft gedaan over uw meningsverschil met de school, is de school verplicht om die uitspraak ook op te volgen.

Wet gelijke behandeling

De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) is ook van toepassing op primair en voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. Dit betekent dat ongelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte verboden is.

Het verbod geldt voor :

  • De toegang tot het onderwijs
  • Het aanbieden van het onderwijs
  • Het afnemen van toetsen
  • Het afsluiten van onderwijs

Bovendien bepaalt de wet dat als (een ouder van) een leerling met een beperking om een doeltreffende aanpassing vraagt, de school verplicht is om deze te maken. Alleen als dit onevenredig belastend is, kan de school dit weigeren. Bij een doeltreffende aanpassing kan gedacht worden aan:

  • Aangepast lesmateriaal
  • Aangepast lesrooster
  • Extra tijd voor examens

Een leerling met een beperking heeft niet altijd het recht op toelating op de school van zijn of haar keuze. Het schoolbestuur moet onderzoeken of de leerling aan de lessen kan deel nemen. De school kan de geschiktheid van de leerling beoordelen aan de hand van de eisen die noodzakelijke zijn voor het volgen van het onderwijs.

De wet geeft geen eenduidige definitie van een chronische ziekte of een handicap. In de werkwijze van het College van de Rechten van de Mens, die situaties op verzoek toetst aan de Wgbh/cz, is duidelijk dat deze begrippen een brede invulling kennen. Hoewel  bijvoorbeeld ouders van een kind et dyslexie dit niet snel zullen zien als een ‘handicap’ kunnen ook zij namens hun kind een beroep doen op de wet.

Een belangrijk kenmerk van de wet is dat scholen verplicht zijn om de redelijke aanpassingen te realiseren die nodig zijn voor een leerling om goed onderwijs te kunnen volgen. De school kan een aanpassing alleen weigeren als die aanpassing een ‘onevenredige belasting’ voor de school oplevert. De enige manier om dat te bepalen is op individuele basis. Een school kan niet op basis van het ondersteuningsprofiel zeggen dat ze bepaalde ondersteuning niet leveren en daarom een leerling geen plek kunnen geven. De school moet altijd kijken naar de individuele behoefte. Pas als de aanpassing aantoonbaar te zwaar of te ingewikkeld is, kan de school een leerling weigeren.

Wat kunnen ouders zelf doen?

  • Blijf in gesprek met school. Zolang uw kind op een school zit, is het aan te raden om in gesprek te blijven met school. Ook als er een conflict speelt. Probeer respectvol te blijven, ook als de emoties hoog oplopen. Zo voorkomt u dat er stappen gezet worden die moeilijk terug te draaien zijn, bijvoorbeeld dat uw kind met ruzie van school wordt verwijderd.
  • Wees concreet: Wat wilt u dat er beter gaat? Als u uiteindelijk zo’n groot conflict met een school heeft dat bijvoorbeeld de klachtencommissie eraan te pas moet komen, is het vaak lastig om weer terug te gaan naar een normale situatie. Probeer daarom om steeds concreet in gedachten te houden wat u wilt dat er verandert. Op die manier geeft u de school ook de kans om dingen beter te doen. Denk bij uzelf: ‘wat kan de leerkracht, begeleider of directeur doen om te zorgen dat het weer goed gaat met mijn kind?’ in plaats van :’wat doet de school verkeerd?’
  • Ken uw rechten. Zorg dat u goed weet welke rechten u als uw ouder heeft en ook welke verplichtingen de school heeft. U staat dan sterker in uw schoenen en u heeft meer mogelijkheden om de belangen van uw kind te behartigen. Als u vragen heeft over uw rechten dan kunt u daarvoor onder andere terecht bij het Steunpunt Passend Onderwijs.
  • Meld uw situatie aan de Onderwijsinspectie. De Inspectie van het onderwijs is er niet voor individuele klachten voor ouders. Het kan echter wel verstandig zijn om knelpunten die u tegenkomt door te geven aan de Inspectie. Deze knelpunten over scholen of samenwerkingsverbanden worden geregistreerd en wanneer er meerdere signalen zijn, kan dat voor de Inspectie aanleiding zijn om actie te ondernemen. Het is echter geen oplossing voor een individuele situatie, en u rijgt gene informatie over wat er met uw mening is gedaan.
  • Bekendheid geven aan de Wgbh/cz. Vaak zijn scholen onvoldoende op de hoogte over de Wgbh/cz. Ze kennen de wet niet of weten niet wat de wet betekent voor passend onderwijs. Als ouder kunt u de school wijzen op deze wet en vragen hoe ze hier in de praktijk invulling aan geeft. De website www.mensenrechten.nl bevat veel informatie over de wet. Ook zijn op deze website diverse publicaties beschikbaar.
  • Contact met College voor de Rechten van de Mens. Ouders die denken dat hun kind niet hetzelfde wordt behandeld als andere kinderen op school kunnen contact opnemen met het College voor de Rechten van de Mens. Het College kan een eerste advies geven of bemiddelen. Ook kunnen ouders om een oordeel vragen van het College. Hiervoor is geen advocaat nodigen er zijn geen kosten aan verbonden. Als het nodig is kan het College voor de Rechten van de Mens een spoedprocedure volgen. Dit oordeel is echter niet bindend. Dat betekent dat de school niet verplicht is om het oordeel op te volgen. In de meeste gevallen zal de school dit echter wel doen. Overigens kan de school ook zelf advies vragen aan het College, of kunt u gezamenlijk een kwestie voorleggen.