Psychosociale kanten

Passend onderwijs - De belangrijkste begrippen op een rij

  • Ambulante begeleiding. Hulp van leerkrachten uit het speciaal (basis) onderwijs voor kinderen met een beperking, die naar een gewone school gaan. De manier waarop ambulante begeleiding bij de invoering van passend onderwijs wordt georganiseerd en beschikbaar is zal per regio verschillen
  • Basisondersteuning. Dit is de door het samenwerkingsverband afgesproken onderwijszorg die een school aan alle leerlingen moet kunnen bieden. De basisondersteuning wordt vastgelegd in het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband. De basisondersteuning is niet landelijk vastgesteld; samenwerkingsverbanden bepalen zelf het niveau van basisondersteuning die de scholen binnen het samenwerkingsverband bieden. De basisondersteuning kan dus verschillen per regio. De kwaliteit van de basisondersteuning moet voldoen aan de door de onderwijsinspectie vastgestelde normen.
  • Clusteronderwijs. De scholen voor speciaal onderwijs zijn verdeeld in vier clusters.

Cluster 1: scholen voor visueel gehandicapte kinderen en visueel gehandicapte kinderen met een meervoudige beperking.

Cluster2: scholen voor dove en slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden, mogelijkerwijs in combinatie met een andere handicap.

Cluster 3: scholen voor leerlingen met verstandelijke (ZML) en/of lichamelijke beperkingen (Mytyl/Tytyl) en aan leerlingen die langdurig ziek zijn (LZ).

Cluster 4: scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen zonder een lichamelijke handicap en onderwijs aan kinderen in scholen die verbonden zijn aan pedologische instituten.

Bij de invoering van passend onderwijs blijft het speciaal onderwijs bestaan, maar de term cluster zal niet meer officieel worden gehanteerd.

  • College voor de Rechten van de Mens. Het College voor de Rechten van de Mens bevordert, bewaakt, beschermt en belicht mensenrechten in Nederland door onderzoek, advies , voorlichting en monitoring. Ook oordeelt het College in individuele gevallen over gelijke behandeling mede in het licht van de gelijkebehandelingswetgeving voor mensen met een beperking (WGBH/CZ). Het College adviseert de overheid gevraagd en ongevraagd bijvoorbeeld om ervoor te zorgen dat ook leerlingen met een handicap toegang hebben tot onderwijs.
  • Commissie Gelijke Behandeling (CGB). Sinds 2 oktober 2012 is de Commissie Gelijke Behandeling opgegaan in het College voor de Rechten van de Mens.
  • LGF. Leerlinggebonden financiering. Budget voor kinderen die in het gewone onderwijs zitten, maar een indicatie hebben voor speciaal onderwijs. Ook wel rugzak genoemd. In die rugzak zitten extra middelen voor het onderwijs op ene reguliere school.

Met invoering van de Wet passend onderwijs wordt de landelijke indicatiestelling afgeschaft. Daarmee verdwijnt ook de leerlinggebonden financiering.

  • Lwoo. Leerweg ondersteunend onderwijs. Bedoeld voor leerlingen die extra hulp nodig hebben bij het behalen van een vmbo-diploma.
  • Ondersteuningsplan. Een plan dat aangeeft welke activiteiten nodig zijn om de zorgstructuur binnen het samenwerkingsverband zo in te richten dat invulling wordt gegeven aan de doelen van passend onderwijs. Deze doelen zijn o.a. opstellen van ondersteuningsprofielen voor alle scholen, invulling geven aan de zorgplicht en versterking van de basisondersteuning.
  • Ondersteuningsplanraad. De samenwerkingsverbanden passend onderwijs zijn verplicht een ondersteuningsplanraad in te stellen. In deze ondersteuningsplanraad (OPR) zijn ouders en personeel van de scholen vertegenwoordigd. Zij worden gekozen door de medezeggenschapsraden van de scholen binnen het samenwerkingsverband. De OPR heeft instemmingsbevoegdheid te aanzien van het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband. Dit betekent dat de OPR moet instemmen met het plan, voordat het kan worden vastgesteld en uitgevoerd.
  • Ondersteuningsprofiel. Een omschrijving van de basis- en extra ondersteuning die een individuele school binnen een samenwerkingsverband kan bieden. Het geheel van ondersteuningsprofielen moet zorgen voor een dekkend aanbod van onderwijszorg binnen het samenwerkingsverband. Hiermee kunnen alle schoolbesturen binnen het samenwerkingsverband een passende plek vinden voor elke leerling en hun zorgplicht waarmaken.
  • Onderwijsconsulenten. Onderwijsconsulenten ondersteunen ouders en scholen wanneer er een conflict ontstaat over de toelating of de ondersteuning aan leerlingen. Onderwijsconsulenten geven in die situatie advies en hebben een ondersteunende rol. Hun kosteloze ondersteuning is beschikbaar voor leerlingen die extra ondersteuning op school nodig hebben en leerlingen die langer dan 4 weken thuiszitten zonder uitzicht op plaatsing.
  • Ontwikkelingsperspectief. Met een ontwikkelingsperspectief (OPP) maakt de school een voorspelling over het verwachte uitstroomniveau in het voortgezet onderwijs. Het ontwikkelingsperspectief is sturend voor het aanbod dat de school de leerling biedt en bevat handvatten voor de planning van het onderwijs. De school stelt een ontwikkelingsperspectief op voor leerlingen die extra ondersteuning op school nodig hebben in het reguliere onderwijs en voor alle leerlingen in het speciaal onderwijs. De school heeft hierover overleg met de ouders. Dit overleg is erop gericht dat ouders en school het samen eens zijn over het ontwikkelingsperspectief. In het nieuwe onderwijsstelsel van passend onderwijs vervangt het ontwikkelingsperspectief het handelingsplan.
  • Praktijkschool. Een praktijkschool is een school voor voortgezet onderwijs voor leerlingen voor wie het niet mogelijk is om een vmbo-diploma te halen. Een kleine groep leerlingen kan na de praktijkschool wel doorstromen naar niveau 1 van het mbo. Praktijkonderwijs leidt leerlingen op voor wonen, werken, burgerschap en vrije tijd.
  • Speciaal basisonderwijs (SBO).(regulier) onderwijs voor leerlingen die onvoldoende baat hebben bij de extra zorg op de reguliere basisschool en een intensievere vorm van zorg nodig hebben.
  • Speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (SO en VSO). Onderwijs aan kinderen die op school meer hulp nodig hebben dan het reguliere onderwijs ze kan geven. Het gaat om kinderen met een lichamelijke, zintuigelijke of verstandelijke beperking en kinderen met gedragsstoornissen. Voor toelating tot het speciaal onderwijs is nu nog een indicatie nodig. De indicatiestelling komt bij de inwerktreding van de Wet passend onderwijs te vervallen. Deze indicatiestelling wordt vervangen door een procedure voor toelaatbaarheid van het samenwerkingsverband op basis van toelatingscriteria die worden vastgelegd in het ondersteuningsplan. Om te komen tot een ‘toelaatbaarheidsverklaring’ voor leerlingen maakt het samenwerkingsverband gebruik van deskundigen.
  • Uitstroomprofiel/uitstroomperspectief (UPP). In het uitstroomperspectief geeft de school aan wat de verwachting is dat een leerling aan het eind van het onderwijs op die school zal halen. Dat kan een bepaald niveau van vervolgonderwijs zijn, een perspectief richting de arbeidsmarkt op dagbesteding. Het uitstroomperspectief wordt opgesteld voor leerlingen van wie verwacht wordt dat ze niet de reguliere einddoelen van voortgezet onderwijs zullen halen.
  • Zorgplicht. De plicht van het schoolbestuur om te zorgen voor een passend onderwijsaanbod voor alle leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften, die op de school worden aangemeld of al staan ingeschreven. Het passend onderwijsaanbod moet gerealiseerd worden binnen de eigen school of bij een van de andere scholen binnen het samenwerkingsverband.