Psychosociale kanten

Passend onderwijs - Op zoek naar een school

Wanneer u op zoek gaat naar een passende school voor uw kind zijn veel factoren van belang. Uiteindelijk gaat het om een match tussen wat het beste bij uw kind past en wat een school kan bieden. Als uw kind al ziek is, kijkt u mede  naar de ondersteuning die een school kan bieden en de toekangelijkheid van een school. Door hier aandacht aan te geven, kunt  u een betere keuze maken voor uw kind.
Soms is bij het zoeken naar een eerste school al bekend of uw kind extra ondersteuning nodig heeft. Als een ziekte of handicap tijdens de schoolloopbaan ontstaat zal daar nogmaals goed naar gekeken moeten worden. Er moet opnieuw een match gemaakt worden tussen wat het beste past bij uw kind, en wat de school kan bieden. Soms betekent het dat uw kind beter af is op een andere school, maar in veel gevallen zou de bestaande school de ondersteuning moeten kunnen bieden.

Veel kinderen met een beperking of stoornis hebben extra ondersteuning nodig op school . De vorm en inhoud van die ondersteuning zijn uiteraard mede afhankelijk van de specifieke beperking of stoornis. Voorbeelden van ondersteuning zijn: een aangepaste tafel, begeleiding voor het ordenen van de agenda en het huiswerk, een time-out, een Daisyspeler als hulpmiddel voor leerlingen die slecht zien of dyslexie hebben, boeken en toetsen in extra grote letters, leerlingenvervoer, gerichte training in een kleine groep, hulp bij de gymles, aangepaste examens, een traplift.

Schoolondersteuningsprofiel

Iedere school stelt binnen passend onderwijs een ondersteuningsprofiel op. In dit profiel beschrijft de school welke ondersteuning de school kan bieden en hoe deze ondersteuning is georganiseerd. De medezeggenschapsraad van de school heeft adviesrecht op het vaststellen van het schoolondersteuningsprofiel.

Het ondersteuningsprofiel maakt duidelijk of de school zich wil specialiseren in een bepaald type ondersteuning of dat het juist een inclusieve school wil zijn, waar alle kinderen met beperkingen een passende plek hebben. Ook bepaalt het ondersteuningsprofiel meestal hoeveel geld de school krijgt van een samenwerkingsverband.  Een school die zegt veel extra ondersteuning te kunnen bieden, krijgt waarschijnlijk meer geld van het samenwerkingsverband.

Het ondersteuningsprofiel van de school speelt ook een rol in het toelatingsbeleid van scholen. Het is de bedoeling dat de scholen in het samenwerkingsverband er samen voor zorgen dat er voor iedere leerling een goede plek is. Waarschijnlijk zal zware of ingewikkelde ondersteuning op een kleiner aantal scholen in het ondersteuningsprofiel opgenomen zijn. Het is ook mogelijk dat de school niet bekend is met de ondersteuning die uw kind nodig heeft en het daarom niet in het ondersteuningsprofiel is opgenomen. Het is echter niet zo dat scholen uw kind zomaar de toegang kunnen weigeren alleen omdat de ondersteuning voor uw kind niet n het profiel past. De school zal altijd voor een individuele leerling serieus moeten onderzoeken of ze bepaalde ondersteuning toch niet kunnen bieden, ook als het niet in het profiel staat.

 

 

Basisondersteuning

Samenwerkingsverbanden zijn verplicht om in hun ondersteuningsplan voor alle samenwerkende scholen de ‘basisondersteuning’ te benomen. Basisondersteuning is ondersteuning die iedere school in het samenwerkingsverband kan bieden.

In ieder samenwerkingsverband maken de scholen afspraken met elkaar over de manier waarop ze de ondersteuning verzorgen. Bijvoorbeeld hoe ze lesgeven aan leerlingen met een lagere of juist hogere intelligentie dan gemiddeld. En hoe ze zorgen dat scholen toegankelijk zijn voor kinderen met een beperking. Ook maken de scholen binnen een samenwerkingsverband afspraken over veiligheid op school, preventiemaatregelen, inzet van (school ) maatschappelijk werk, eventuele medische handelingen in de klas en samenwerking met bijvoorbeeld gemeenten en jeugdzorg. Dit valt allemaal onder de basisondersteuning.

Het vaststellen van de basisondersteuning binnen een samenwerkingsverband is niet vrijblijvend: alle scholen moeten deze ondersteuning op school kunnen bieden. Een hoog niveau van basisondersteuning in een regio betekent dat de scholen binnen dit samenwerkingsverband toegankelijk zijn voor een grote groep leerlingen. Simpel gezegd: hoe hoger de basisondersteuning, hoe minder leerlingen zijn aangewezen op extra ondersteuning.

Veel samenwerkingsverbanden zullen hun financiering van extra ondersteuning op scholen laten afhangen van de vraag of een bepaald soort ondersteuning valt onder de basisondersteuning. Zo ja, dan komt er geen extra geld beschikbaar. Valt iets buiten de basisondersteuning dan is het wel logisch dat er extra middelen komen.

De afspraken die de scholen maken over de basisondersteuning kunnen van belang zijn voor het kiezen van een passende school voor uw kind. Als de ondersteuning die uw kind nodig heeft binnen de basisondersteuning van het samenwerkingsverband valt, dan mag u ervan uitgaan dat het niet uitmaakt welke school in dat samenwerkingsverband u kiest.

Welkom zijn

“Is mijn kin welkom op deze school?” Dit is de belangrijkste vraag- naast die over praktische aanpassingen en hulpmiddelen – die ouders zich stellen wanneer ze een school zoeken voor hun kind met een stoornis of een beperking. Ziet de school leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte als een last, of als een regulier onderdeel van het onderwijs? Hoe wordt er omgegaan met pesten op school? Dit element van toegankelijkheid van scholen is moeilijk te beïnvloeden of vast te leggen in wetten en regels. Het gaat om de cultuur van een school, die gezamenlijk wordt bepaald door de schoolleider, leerkrachten, ondersteunend personeel, ouders en leerlingen.

Voor sommige ouders is het een voorwaarde dat een leerling echt welkom is. Andere ouders kiezen voor een school op basis van de mogelijkheden die de school biedt en nemen de strijd om welkom te zijn op de koop toe. Met name bij de overstap van basis- naar voortgezet onderwijs merken veel ouders dat hun kind minder welkom is op een school en dat aanmelding ontmoedigd of geweigerd wordt. De school mag dit natuurlijk niet zomaar doen, maar de vraag die ouders zichzelf vervolgens stellen is: ‘Ik kan wel proberen de school te dwingen mijn kind aan te nemen, maar is mijn kind heir dan wel op zijn of haar plaats?’ Dit is een afweging die u alleen zelf kunt maken. Voor advies hierover en om ervaringen uit te wisselen kunt u terecht bij het Steunpunt Passend Onderwijs: www.steunpuntpassendonderwijs.nl.

Hoe welkom een leerling op school is, is niet alleen afhankelijk van leraren, schoolleiders en andere medewerkers op school. Ook leerlingen en ouders spelen hier een belangrijke rol in. Zo si het voor kinderen met een beperking soms lastig om aansluiting te vinden bij klasgenoten. Kinderen kunnen buiten de groep vallen of worden gepest. Het is dan van belang om samen met de leerkracht actie te ondernemen. Soms zijn ouders huiverig voor het toelaten van kinderen met een beperking op school. Ze zijn bang dat het ten koste gaat van de aandacht voor hun eigen kind. Of dat een kind met een beperking lastig of confronterend is voor hun eigen kind. Vaak spelen bij dergelijke angsten vooroordelen of een gebrek aan kennis over de beperking een rol.

Fysieke toegankelijkheid

Voor de schoolkeuze is naast ondersteuning ook belangrijk welke drempels er letterlijk en figuurlijk in de toegankelijkheid van de school zijn. Met name in oudere schoolgebouwen is vaak niet nagedacht over de manier waarop een leerling die slecht ter been is of een rolstoel gebruikt zich op school kan verplaatsen. In nieuwere gebouwen zijn vaak betere voorzieningen, maar ook bij deze scholen is een toegankelijk gebouw geen vanzelfsprekendheid. In het primair onderwijs is de fysieke toegankelijkheid een gedeelde verantwoordelijkheid tussen de school en de gemeente. De school is verantwoordelijk voor de binnenkant van het gebouw en de gemeente voor de buitenkant en een eventuele lift. Er zijn hierover regelmatig conflicten tussen scholen en gemeenten, waarvan leerlingen soms de dupe zijn.

In het voortgezet onderwijs zijn scholen zelf verantwoordelijk voor zowel de binnen- als de buitenkant van het gebouw.

Wat kunnen ouders zelf doen?

  • Lees de ondersteuningsprofielen van scholen waarbij u overweegt om uw kind aan te melden. Ga na of de ondersteuningsprofielen passen bij wat voor uw kind belangrijk is. Vindt u het belangrijk dat uw kind op een school zit met specifieke kennis over de stoornis van uw kind? Zijn er voorzieningen die onmisbaar zijn voor uw kind? Wilt u graag dat uw kind op een school zit met kinderen die van elkaar verschillen of juist niet? Scholen kunnen het ondersteuningsprofiel op hun website plaatsen. Kunt u het daar niet vinden, dan kunt u er bij de school of bij het samenwerkingsverband naar vragen.
  • Vraag naar de afspraken over de basisondersteuning in het samenwerkingsverband. De afspraken over basisondersteuning zijn vastgelegd in het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband. Ook in het ondersteuningsprofiel van de school is er informatie over opgenomen.
  • Vraag bij een school hoe de school invulling geeft aan de basisondersteuning, en hoe de school omgaat met ondersteuning die buiten de basisondersteuning valt. De manier waarop samenwerkingsverbanden hun afspraken over de basisondersteuning vastleggen kan nogal verschillen. Als dit voor u onduidelijk of te abstract is, schroom dan niet om de school te vragen wat de afspraken over basisondersteuning in de praktijk betekenen voor de ondersteuning aan uw kind.
  • Ga het gesprek aan. Als u de indruk heeft dat uw kind niet welkom is op school, ga dan het gesprek aan. Hoe kijken de leerkrachten, de intern begeleider of zorg coördinator en de directie er tegenaan? Herkennen ze wat u zegt of zien ze het heel anders? Probeer zo concreet mogelijk aan te geven waarom u deze indruk hebt. Er kan immers sprake zijn van een misverstand of een communicatieprobleem. Ook wanneer uw kind geweigerd wordt, kunt u in een gesprek nagaan waar de problemen werkelijk vandaan komen en of de school wel een correct beeld heeft van uw kind en zijn of haar mogelijkheden. Mogelijk overschat men de ondersteuningsbehoefte, of is er sprake van bepaalde vooroordelen.
  • Ga de strijd aan, of juist niet. Als uw kind niet welkom is op een school, dan kunt u op zoek gaan naar een andere school. Veel ouders kiezen daarvoor. Ook bij de invoering van de zorgplicht is dit mogelijk. De school waar u uw kind heeft aangemeld, heeft de verantwoordelijkheid om een andere school te vinden. Maar u kunt ook zelf een nieuwe school zoeken. Dan meldt u uw kind aan op de nieuwe school en u geeft dit door aan de school van uw eerste aanmelding. Zorg er wel voor dat u tijdens deze zoektocht de eerste school van aanmelding op de hoogte houdt.

U kunt er ook voor kiezen om de strijd aan te gaan. Soms betekent dat niet meer dan een tweede gesprek aangaan om gericht te kijken naar de benodigde aanpassingen. In andere gevallen kan het betekenen dat u een formele klacht indient en/of de zaak voorlegt bij de geschillencommissie passend onderwijs of het College voor de Rechten van de Mens (voorheen de Commissie Gelijke Behandeling).

Wat u verkiest te doen hangt af van wat u en uw kind belangrijk vinden op school, en van de mogelijkheden om uit te wijken naar een andere school.

  • Voorkom vooroordelen. Vooroordelen bij leerkrachten, leerlingen en ouders kunnen ervoor zorgen dat uw kind zich niet (meer) thuis voelt op school. U kunt zelf een rol spelen in het voorkomen van vooroordelen door zo vroeg mogelijk informatie te delen over de stoornis of beperking van uw kind.

Sta daarom open voor vragen van andere ouders, ook als ze niet altijd prettig overkomen. Ouderverenigingen en patiëntenverenigingen hebben folders over specifieke beperkingen en stoornissen die u kunt verspreiden. Bij het Steunpunt Passend Onderwijs kunt u terecht voor meer informatie. Soms vinden kinderen het fijn om een spreekbeurt te ouden over hun beperking of stoornis. Voor kinderen met een ernstige beperking kan het goed zijn om hier bij de start van het schooljaar aandacht aan te besteden op een ouderavond.

  • Verzamel informatie. Zorg dat u goed op de hoogte bent van de fysieke mogelijkheden van uw kind en de fysieke toegankelijkheid van de school. Heeft uw kind een mogelijk progressieve ziekte of beperking, kijk dan ook een periode vooruit. Nu kan uw kind bijvoorbeeld kleine drempels over stappen, maar kan dat ook nog als het loopvermogen achteruitgaat? Bespreek de mogelijkheden en onmogelijkheden met de (toekomstige) school en vraag de school om aan te geven wat ze bereid zijn eventueel aan te passen indien noodzakelijk.

Als u heel graag uw kind naar een bepaalde school wilt laten gaan, is het aan te raden om hier zo vroeg mogelijk met de school over in gesprek te gaan. Dat geeft hen de tijd om bepaalde aanpassingen te realiseren, bijvoorbeeld bij ene toch al geplande renovatie. Wanneer een school huiverig si voor structurele aanpassingen ‘voor één enkel kind’ dan kunt u zeggen dat een toegankelijk gebouw voor veel meer mensen prettig is. Bijvoorbeel voor de grootouders die naar de schoolmusical willen komen, voor de leraar die z’n been gebroken bij de skivakantie of voor ouders met een kinderwagen.

  • Wees creatief. Er zijn vaak creatieve oplossingen te bedenken voro slecht toegankelijke situaties. Voor ieder kind zijn er andere mogelijkheden om obstakels weg te werken of te vermijden. Vraag bijvoorbeeld advies aan deskundigen, zoals de fysiotherapeut van uw kind. Bespreek met uw kind wat voor hem of haar acceptabele aanpassingen zijn. De ene leerling wil heel graag meedoen aan de gymles en vindt het niet erg als iemand hem over de drempel van het gymlokaal moet dragen. Voor een andere leerling is dat geen optie. Zoek contact met andere ouders en kijk wat voor hun kind goede oplossingen zijn. Bespreek eventueel in de klas met de andere leerlingen welke mogelijkheden zij zien.

Kijk met een mentor van het voortgezet onderwijs naar de mogelijkheden voor een aangepast lesrooster. Een ideale situatie is niet altijd mogelijk, maar wel een situatie die recht doet aan de ondersteuningsvraag en aan de mogelijkheden van een leerling zelf.