Aandoeningen  

Transitie

Als het kind achttien jaar oud is, wordt de behandeling van het kind met een KAISZ-aandoening
overgedragen van de kinderarts naar een immunoloog die volwassenen behandelt. Er zijn grote
verschillen in de wijze waarop een kinderarts of een volwassen immunoloog werkt. Zo kan een
immunoloog voor volwassenen over het algemeen minder tijd aan een patiënt besteden. Om hieraan
te wennen is een overgangsperiode ingelast. Deze overstap, ook wel transitie genoemd, is voor
jongeren en hun ouders/verzorgers een belangrijke gebeurtenis.

De start van de transitie begint al op het zestiende levensjaar en loopt door tot ongeveer het 21e
jaar. De transitie is opgebouwd uit drie fasen.

• De voorbereidingsfase: deze start op het zestiende levensjaar. Vanaf deze leeftijd zal de
kinderarts het kind steeds meer aanmoedigen om zelf het heft in handen te nemen. Dit
betekent bijvoorbeeld dat het kind zelf de vragen stelt aan de arts of alleen bij de kinderarts
naar binnen gaat. Ook is het belangrijk dat het kind op de hoogte is welke medicijnen het
gebruikt en zich laat informeren hoe de behandeling eruit gaat zien. Uiteraard gebeurt dit in
goed overleg met het kind en de ouders/verzorgers en zal er samen besloten worden over
hoe dit vorm zal gaan krijgen.
• De overgangsfase: deze fase start op ongeveer zeventienjarige leeftijd. Het kind maakt
kennis met de nieuwe immunoloog. Het is belangrijk dat zowel ouders/verzorgers als het
kind vertrouwen hebben in de nieuwe arts. Eventueel is er gelegenheid om alvast op de
nieuwe afdeling rond te kijken.
• De evaluatiefase: als het kind achttien jaar oud is, wordt de behandeling overgedragen aan
de immunoloog voor volwassenen. De controle van de aandoening wordt nu door hem
overgenomen maar, daar waar nodig, zal er overleg met de kinderarts blijven bestaan.