Aandoeningen  

Passend onderwijs

• Ieder kind verdient goed onderwijs
• Onderwijs moet uitgaan van de mogelijkheden van een leerling, niet van beperkingen
• Partnerschap tussen ouders en school vergroot de opbrengst van onderwijs

Over bovenstaande uitspraken is men het in onderwijsland met elkaar eens. Het zijn duidelijke
uitgangspunten voor het vormgeven van passend onderwijs. Maar als je kijkt naar de manier waarop
deze in de praktijd worden gebracht, is het een stuk minder duidelijk. Voor veel ouders en kinderen
loopt het prima op school, maar tegelijkertijd zitten te vaak kinderen thuis zonder onderwijs, of
krijgen ze onderwijs dat niet past. Te vaak voelen ouders zich niet serieus genomen wanneer het gaat
over onderwijs aan hun kind. Te vaak zijn schoolgebouwen niet toegankelijk of zijn de juiste
hulpmiddelen niet beschikbaar.

Passend onderwijs in een notendop

1. Wat is passend onderwijs?
Passend onderwijs is de nieuwe manier waarop onderwijs aan leerlingen die extra
ondersteuning nodig heeft wordt georganiseerd. Het gaat om zowel lichte als zware
ondersteuning. Bijvoorbeeld extra begeleiding op school, aangepast lesmateriaal,
hulpmiddelen of onderwijs op een speciale school. Passend onderwijs is dus geen
schooltype; kinderen zitten niet ‘op’ passen onderwijs. Scholen werken met elkaar samen in
samenwerkingsverbanden. De scholen in het samenwerkingsverband maken onderling
afspraken over hoe ze ervoor zorgen dat alle leerlingen onderwijs krijgen dat bij hen past.

2. Waarom wordt passend onderwijs ingevoerd?
Passend onderwijs vervangt het oude systeem van de leerlinggebonden financiering en
indicatiestelling voor speciaal onderwijs. Met de invoering van passend onderwijs wil men
een aantal problemen oplossen. Een van de problemen is dat steeds meer leerlingen, vooral
leerlingen met ernstige gedragsproblemen, verwezen worden naar speciaal onderwijs.
Scholen en ouders vinden de indicatiestelling erg bureaucratisch en het is lastig om
ondersteuning op maat te organiseren. Verder zijn er in het oude systeem veel kinderen die
thuiszitten. Zij zijn bijvoorbeeld van school verwijderd vanwege de problemen die ze hebben,
of omdat er geen goede begeleiding voor ze is op school. Het doel van passend onderwijs is
dat alle leerlingen, dus ook leerlingen die extra ondersteuning in de klas nodig hebben, een
passende onderwijsplek krijgen. Uitgangspunt daarbij is: regulier als het kan, speciaal als het
moet.

3. Hoe werkt passend onderwijs?
Scholen die samenwerken in een samenwerkingsverband krijgen geld om het onderwijs te
regelen voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Het samenwerkingsverband
ontvangt het geld en besluit over de toewijzing van ondersteuning en geld naar de scholen.
Hiervoor wordt het geld gebruikt dat nu in de rugzakjes zit en naar ambulant begeleiders
gaat. Maar ook het geld voor ondersteuning op speciale scholen (cluster3 en 4), het speciaal
basisonderwijs, leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs gaat naar het
samenwerkingsverband. De samenwerkende scholen maken een plan om ervoor te zorgen
dat iedere leerling passendonderwijs krijgt. In het ene samenwerkingsverband zullen scholen dat anders doen dan in het andere samenwerkingsverband. Er zullen dus verschillen zijn
tussen regio’s in de manier waarop onderwijs aan leerlingen met extra ondersteuning eruit
komt te zien. De bedoeling is dat de scholen precies kunnen nagaan wat er nodig is voor hun
leerlingen zodat ze ondersteuning op maat kunnen organiseren.

4. Voor welke kinderen is er passend onderwijs?
Passend onderwijs is er voor alle leerlingen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs,
speciaal (voortgezet) onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. In de praktijk gaat het
vooral over leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben (voor deze groep leerlingen is
er zorgplicht).
Deze ondersteuning kan nodig zijn vanwege een verstandelijke beperking of een chronische
ziekte. Maar ook voor leerlingen met een gedrags- of leerstoornis is passend onderwijs
natuurlijk erg belangrijk. Soms is het bij de start op school al duidelijk dat er extra
ondersteuning nodig is, soms blijkt dat pas later.
In het oude systeem was de ondersteuning voor leerlingen onderverdeeld in 4 clusters:
cluster 1 voor leerlingen die blind of slechtziend zijn; cluster 2 voor leerlingen die doof of
slechthorend zijn of ernstige spraaktaalmoeilijkheden hebben; cluster 3 voor leerlingen et
een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking of een chronische ziekte; cluster 4
voor leerlingen met gedragsstoornissen of een psychiatrisch probleem.
Cluster 1 en 2 zullen het onderwijs en de ondersteuning landelijk organiseren. Zij doen dus
niet mee met de regionale indeling van samenwerkende scholen in passend onderwijs. Wel
wordt er nauw samengewerkt tussen de regionale samenwerkingsverbanden en de
instellingen voor cluster 1 en 2.
Voor alle andere leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben geldt wel de systematiek
van regionale samenwerkingsverbanden.

5. Wanneer gaat passend onderwijs van start?
Passend onderwijs gaat van start op 1 augustus 2014. Schoolbesturen hebben dan een
zorgplicht en de samenwerkingsverbanden krijgen het geld en de verantwoordelijkheid voor
de uitvoering van passend onderwijs. Tot die tijd gelden de oude regels voor indicatiestelling
voor speciaal onderwijs en het rugzakje.
Vanaf 1 november 2013 zijn alle scholen gaan samenwerken in de nieuwe
samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Uiterlijk 1 mei 2014 is het ondersteuningsplan
van elke samenwerkingsverband klaar.

6. Wat is een samenwerkingsverband?
Het samenwerkingsverband is de nieuwe vorm waarin scholen gaan samenwerken op het
terrein van passend onderwijs. Er bestaan nu ook al samenwerkingsverbanden van scholen, maar deze worden in het nieuwe systeem deels samengevoegd en krijgen er nieuwe taken bij. Er kome in totaal 77 samenwerkingsverbanden voor het primair onderwijs en 75 samenwerkingsverbanden voor het voortgezet onderwijs. Het samenwerkingsverband krijgt
in de Wet passend onderwijs veel taken. De belangrijkste taak is het maken en uitvoeren van een plan (het ondersteuningsplan) waarin staat op welke manier alle leerlingen een passende plek op een school krijgen.

7. Wat is zorgplicht?
Schoolbesturen krijgen vanaf 1 augustus 2014 een nieuwe zorgplicht. Deze betekent dat de
scholen ervoor moeten zorgen dat iedere leerling die extra ondersteuning nodig heeft, die bij
hen ingeschreven staat of zich aanmeldt een passend onderwijsaanbod krijgt. De school
moet zorgvuldig onderzoeken wat uw kind nodig heeft en dit eerst proberen zelf te
realiseren. Het schoolbestuur moet daarvoor nagaan wat de ondersteuningsmogelijkheden
van de school zijn eventueel met ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband.
Als de school deze ondersteuning zelf niet kan bieden en aangeeft dat uw kind het beste naar
een andere school kan gaan, moet de school na overleg met u zogen dat er een school
gevonden wordt die wel een passend aanbod kan doen en uw kind kan toelaten. Momenteel
moet u in zo’n situatie nog vaak zelf naar een nieuwe school zoeken. Met de
inwerkingtreding van passend onderwijs heeft de verwijzende school die
verantwoordelijkheid. Daarbij is het belangrijk dat de school goed met u overlegt welke
school passend is voor uw kind.

8. Wat verandert voor mijn kind?
Voor de meeste leerlingen zal er door de invoering van passend onderwijs in de dagelijkse
praktijk weinig veranderen. Wel verandert de organisatie van de ondersteuning op school, en
worden er op termijn minder kinderen doorverwezen naar speciaal onderwijs. Al uw kind
een rugzakje krijgt, vervalt deze indicatie per 1 augustus 2014. De school blijft
verantwoordelijk voor het bieden van de ondersteuning die nodig is voor uw kind. Als uw
kind op 1 augustus 2014 op een school voor speciaal onderwijs zit, dan behoudt uw kind
recht op deze plek voor de eerstvolgende twee schooljaren. Binnen die periode wordt samen
met u gekeken of deze school de beste plek is, of dat er mogelijk een andere (regulier of
speciale) school is waar uw kind ook passende ondersteuning kan krijgen. Als uw kind binnen
die twee jaar naar een andere (v)so-school wil gaan, bijvoorbeeld vanwege de overgang van
speciaal onderwijs naar voortgezet speciaal onderwijs, dan moet de school hiervoor een
aanvraag doen bij het samenwerkingsverband.

9. Is passend onderwijs een bezuiniging?
Nee, er wordt op passend onderwijs niet bezuinigd. Eerder was er wel sprake van een
bezuiniging van 300 miljoen, maar dat is helemaal teruggedraaid. Ook het budget voor de
bestaande 70.000 plekken in het speciaal onderwijs blijft behouden.
Het budget per samenwerkingsverband wordt gebaseerd op het totale leerlingenaantal, en
niet op het aantal leerlingen in een regio dat nu gebruik maakt van extra ondersteuning. Dit
betekent dat regio’s waar nu veel leerlingen een rugzakje hebben of in het speciaal onderwijs
zitten, er met de komst van passend onderwijs op achteruit zullen gaan qua budget.
Andersom zullen regio’s waarbij nu weinig kinderen extra ondersteuning in de klas hebben,
er financieel op vooruitgaan. Deze verandering, die de verevening wordt genoemd, zal
geleidelijk wordendoorgevoerd en pas van start gaan in het schooljaar 2015-2016.