Aandoeningen  

Chronische uveitis anterior (chronische anterieure iridocyclitis)

uveitis

Bij kinderen met JIA kan een ernstige ontsteking aan de ogen optreden waarbij het voorste deel van het regenboogvlies (anterieure uveitis) ontsteekt. Dit vlies zit in het oog voor de lens en hier bevinden zich de aderen die zorgen voor de bloedtoevoer.

Hoewel Uveitis meerdere oorzaken kan hebben, bijvoorbeeld door een virus, bacterie of parasiet, kan een ontsteking aan het oog ook het gevolg zijn van een afwijking in het afweersysteem.
Het lichaam herkent waarschijnlijk het regenboogvlies als vreemd of niet-lichaamseigen weefsel en daarom valt het afweersysteem dit weefsel aan. Omdat het voorste deel van het regenboogvlies gevormd wordt door de iris en het straalachtig lichaam (corpus ciliare), wordt deze aandoening chronische uveitis anterior ofwel chronische anterieure iridocyclitis genoemd. De ontsteking kan aan één of aan beide ogen voorkomen.

Er is, ondanks een ernstige ontsteking, niets bijzonders aan het oog te zien en de kinderen klagen ook niet over slecht zien of pijnlijke ogen. Hierdoor wordt de oogontsteking door de ouders en de artsen vaak niet opgemerkt. Pas als de ontsteking langdurig aanwezig is kunnen veranderingen (door littekens) aan het oog op gaan vallen. Als deze aandoening niet herkend wordt en onbehandeld blijft, kan zij zeer ernstige schade aan het oog veroorzaken. Onbehandelde chronische uveitis kan leiden tot vertroebeling van de ooglens (cataract) en blindheid. Als de aandoening echter vroegtijdig behandeld wordt, is het resultaat vaak goed te noemen. Daarom moeten alle kinderen met Oligo- of polyarticulaire JIA regelmatig (elke drie tot zes maanden) met een zogenaamd spleetlamponderzoek gecontroleerd worden door een oogarts. Deze controle moet vele jaren worden volgehouden, het liefst tot een leeftijd van 12 jaar, maar soms wordt zelfs tot 18 jaar geadviseerd.

Meestal wordt een uveitis gezien in combinatie met een vorm van Juveniele Idiopathische Artritis (JIA) soms met een andere auto-immuunziekte.

Jeugdreuma is de meest voorkomende oorzaak van chronische uveitis anterior bij kinderen. Gemiddeld krijgt 15-25% van de kinderen met JIA deze vorm van oogontsteking. De kans op ontsteking is groter naarmate er minder gewrichten aangedaan zijn in het eerste half jaar van de JIA. De aanwezigheid van ANA (antinucleaire antistoffen) in het bloed geven ook een verhoogd risico op het ontstaan van Chronisch uveitis anterior bij de oligo- en Poly-articulaire JIA. De eerste jaren na het stellen van de diagnose JIA is de kans op chronische uveitis het grootst.

Zodra de oogarts deze speciale vorm van uveitis ontdekt, wordt in overleg met de kinderarts/ kinderreumatoloog een behandeling gestart die erop gericht is om de ontstekingsreactie te blokkeren. In eerste instantie met ontstekingsremmende druppels en afhankelijk van de ernst ook met druppels die de pupil verwijden. Als dit onvoldoende werkt, kan een prik met ontstekingsremmers naast het oog gegeven worden. Middelen die gebruikt worden zijn bijvoorbeeld Prednison of Methotrexaat (MTX). Mocht dit geen effect hebben, dan staan nog andere middelen ter beschikking zoals Azathioprine, Ciclosporine, Mycophenolate mofetil (MMF) en anti TNFα-middelen. Dit zijn echter geen middelen van eerste keus en met het laatste middel is nog weinig ervaring bij kinderen.
Deze ontstekingen van het oog hebben meestal een wisselend beloop. Periodes van activiteit wisselen periodes zonder ontsteking af. Bij het afbouwen van medicijnen gebeurt het nog wel eens dat de ontsteking, die rustig leek, weer actief wordt. Bijzonder aan deze aandoening is dat zowel de gewrichtsontstekingen als ook de oogontstekingen na jaren zomaar kunnen verdwijnen. Het doel van de hele behandeling is er dus op gericht om een kind liefst zonder, maar anders met zo min mogelijk schade door de periode van activiteit heen te loodsen. Een oog dat steeds ontstoken is kan schade oplopen en uiteindelijk leiden tot blindheid.

Door de verbeterde controles, waardoor de ontsteking in een vroeger stadium ontdekt kan worden, evenals de verbeterde behandelingsmogelijkheden met nieuwe medicijnen, wordt tegenwoordig nog maar ongeveer 5% van de kinderen met uveitis op basis van JIA blind of slechtziend.

Iridocyclitis voorafgaand aan artritis heeft een slechte prognose, omdat deze asymptomatische ziekte bij de patiënten pas in een later stadium wordt ontdekt en dus al schade aan het oog heeft veroorzaakt.