Nieuws vert
 

Genetische volumeknoppen beïnvloeden

auto-immuunziekten

Bij patiënten met auto-immuunziekten zoals jeugdreuma komt het afweersysteem in actie tegen lichaamseigen cellen. Onderzoeker Janneke Peeters (UMC Utrecht) heeft nu ontdekt dat dit onder meer gebeurt omdat de ‘volumeknoppen’ van bepaalde genen in de afweercellen te hoog staan. Ook verloopt het recycleproces van afgebroken onderdelen in afweercellen bij mensen met een auto-immuunziekte te snel. Medicijnen die deze processen vertragen bieden op termijn mogelijk uitkomst.

Jeugdreuma is een auto-immuunziekte: het afweersysteem komt namelijk in actie tegen lichaamseigen moleculen. Er zijn veel factoren die bijdragen aan auto-immuunziekten. Een voorbeeld daarvan zijn epigenetische factoren. Die bepalen of genen ‘aan’ of ‘uit’ staan, en daarmee welke eiwitten in een cel worden gemaakt. En dat maakt weer dat ze heel bepalend zijn voor of een cel goed functioneert en wat die cel doet.

Volumeknoppen

Onderzoeker Janneke Peeters heeft gekeken hoe bij patiënten met jeugdreuma de genen (stukjes DNA) in afweercellen harder of zachter worden gezet. Dit gebeurt met een soort ‘volumeknoppen’. Uit Peeters’ onderzoek blijkt dat het een aantal volumeknoppen in de afweercellen bij patiënten die jeugdreuma hebben anders staan afgesteld dan de volumeknoppen in cellen van gezonde personen.
 
De genen die bij jeugdreumapatiënten te hard staan, zijn verbonden aan de ziekte. “We denken dat deze te hard afgestelde genen een belangrijke rol spelen bij auto-immuunziekten zoals jeugdreuma”, zegt Peeters. “Het lager zetten van de volumeknoppen in cellen van jeugdreumapatiënten zorgt er namelijk voor dat de genen die met de ziekte samenhangen minder tot uiting komen. Mogelijk kan het afremmen van die genen, door middel van het lager zetten van de volumeknoppen, een nieuwe behandeling opleveren voor auto-immuunziekten.”
 

Weer tot rust

Janneke Peeters en haar collega’s bestudeerden nog een proces in de afweercellen van jeugdreumapatiënten: autofagie. Dit is een recycleproces waarbij cellen onderdelen van zichzelf afbreken en gebruiken als energiebron of voor de opbouw van nieuwe onderdelen. Ze zagen dat bij patiënten met jeugdreuma in T-cellen (bepaalde afweercellen) meer autofagie plaatsvindt dan bij gezonde mensen. “Daarnaast zagen we dat als je dit recycleproces afremt, afweercellen minder hard werken”, zegt Peeters. “Dat betekent dat het afremmen van autofagie een manier kan zijn om overactieve T-cellen weer tot rust te brengen. Patiënten met een auto-immuunziekte kunnen daarbij gebaat zijn, omdat afweercellen bij hen soms op hol slaan.” 

Medicijnen

Om autofagie nog beter te kunnen begrijpen, hebben de onderzoekers dit recycleproces tot in detail bestudeerd. Ze ontdekten een molecuul dat belangrijk is voor het aansturen van genen die een rol spelen bij autofagie. Medicijnen die dit molecuul afremmen, zouden de hoeveelheid autofagie in een cel kunnen verminderen. Omdat bekend is dat bij verschillende (auto-immuun)ziekten, zoals jeugdreuma, verhoogde autofagie voorkomt, zou het afremmen ervan in de toekomst een manier kunnen zijn om deze ziekten aan te pakken.
 
Janneke Peeters is onderzoeker bij het UMC Utrecht en promoveerde op 13 februari aan de Universiteit Utrecht op haar onderzoek. De titel van haar proefschrift is ‘Transcriptional and epigenetic mechanisms underlying autoimmune diseases: Towards identification of novel therapeutic targets’.
                                                                                                                            

bron: www.umcutrecht.nl